[./zwart2dhofland2d3.html]
[./index.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
Zwart zat ’s avonds laat altijd in de kerk. Studeren, op voorspelen en harmonisaties. 'Vooral op zaterdagavond, dan kon hij er maar niet genoeg van krijgen. Na zijn overlijden heb ik van omwonenden van de Bovenkerk gehoord dat hij altijd afsloot met een psalm­koraal. Dat konden ze buiten horen. Als er een psalm te horen was, in het nachtelijk duister, dan wisten ze het: over vijf minuten komt Zwart naar buiten.'
Leven aan de zijde van Willem Hendrik Zwart was een enerverend leven. Op zijn 48e kreeg hij zijn eerste hartinfarct. Er volgde nog een tweede.
Maar Zwart kon niet stoppen met spelen. 'Ik heb wel eens tegen hem gezegd: Jij bent net als Hizkia. Je vraagt maar steeds: Heere, geef me er nog een paar jaar bij.'
Zijn derde hartinfarct maakte echter aan alles acuut een einde. Op 18 juli 1996 gaf Zwart een concert in de donderdagavondserie. Het zou zijn laatste concert worden. Halverwege het programma stond de B-A-C-H van Liszt. 'Ik zat, zoals altijd, op mijn plaats. Tijdens de B-A-C-H hoorde ik dat het boven niet goed ging. Het klonk gewoon niet goed. Halverwege hield het op. Ik wilde er nog niet aan. Maar toen boven bij het orgel het licht uitging, wist ik genoeg.'
  
Even later kwam zoon Jan Quintus naar beneden. Hij zei dat zijn vader onwel was geworden en vroeg of iedereen rustig naar huis wilde gaan. Vanuit de torenruimte onder het orgel werd Zwart de ambulance in gedragen. 'En toen we daar buiten kwamen, stond het er zwart van de mensen. Ze wilden nog niet naar huis. Ze moesten eerst weten hoe het met Zwart was. Heel stil hebben al die mensen staan kijken toen de ziekenauto wegreed. Niemand heeft wat gezegd.'
Ze heeft haar man veel afgestaan aan het orgel, zegt ze. 'En ook aan de mensen. Mijn man had veel contacten, hij keek echt om naar anderen. Het meeste hoorde ik pas na zijn overlijden. Bijvoorbeeld dat op de orgelbank veel problemen zijn opgelost.'
In de Bovenkerk lag Zwarts leven. 'Vaak was het, terwijl hij net thuis was: „O, even kijken of ik de motor wel uitgedaan heb.” Dan kon hij tenminste nog even terug. De trap naar het orgel moet hij per dag wel zo’n tien keer hebben beklommen.'
Na zijn tweede infarct mocht Zwart absoluut niet spelen van de dokter. 'En dus zat hij zondags naast mij, in de bank. Maar halverwege, bij de collectepsalm, kon hij niet meer blijven zitten. Dan stond hij op en liep, heel bedaard, dat lange pad door het middenschip, naar de orgeldeur. Dan ging hij toch naar boven. En even later kon iedereen het horen: Zwart speelt weer.'
  

 Interview Mevrouw J.M. Zwart-Hofland